1980-06: Ledenvergadering, Foknormen

De FRC (Fok Registratie Commissie) legt de eerste resultaten voor aan de leden. Zij achten de PRA de grootste bedreiging voor het ras. Het bestuur komt op voorstel van de FRC met een aantal verenigingsfoknormen:

  1. Fokdieren moeten bij de HD-keuring als HD-, HD TC of HD± zijn beoordeeld. De combinatie HD± x HD± wordt in het algemeen als ongewenst beschouwd, maar kan in bijzondere gevallen door het bestuur worden toegelaten.
  2. Fokdieren moeten bij het oogonderzoek als ‘PRA-vrij of ”PRA voorlopig vrij’ zijn beoordeeld.
  3. Fokdieren moeten op grond van stamboomonderzoek een minder dan gemiddelde kans (50%) hebben om drager te zijn van de erfelijke factor voor PRA of moeten door middel van een proefparing hebben bewezen geen drager te zijn.
  4. Fokdieren mogen niet op grond van andere erfelijke afwijkingen door het bestuur van de fok zijn uitgesloten.

    Naar aanleiding van de discussies in de algemene ledenvergadering van 7 juni in De Bilt besluit het bestuur op advies van de FRC de volgende aanvullende foknormen te stellen:
  5. Er mag niet vaker dan 1x per jaar met een teef worden gefokt, dat wil zeggen dat er tussen twee nesten een periode van tenminste 12 maanden moet liggen.
  6. Er mag alleen met teven van 2 t/m 7 jaar worden gefokt, tenzij op grond van veterinair advies hiervoor door het bestuur dispensatie wordt verleend.
  7. Fokdieren moten tenminste 2x een kwalificatie ‘Zeer goed’ hebben behaald onder verschillende keurmeesters.

De leden gingen akkoord met deze foknormen.

Bron: Boek 'De Drentsche Patrijshond' (A.J. Booij en A.H. van der Snee) , bladzijde 248