1986-04: Voorjaarsvergadering; Epilepsie; Ereleden; Verenigings Historicus

De voorjaarsvergadering van de vereniging werd gehouden op 5 april 1985 in het Postiljon Hotel ‘Nulde’ in Putten. Behalve het bestuur waren er 98 leden aanwezig.

De voorzitter deelt mede dat op 18 februari 1986 ons erelid mevrouw Baronesse van Harderbroek van Ammerstol is overleden. Hoewel zij de laatste jaren niet meer actief bij het verenigingsleven betrokken was, memoreert de voorzitter dat het ras en de vereniging haar veel dank verschuldigd zijn. Zij was erbij toen in mei 1943 het ras Drentsche Patrijshond door de Raad van Beheer werd erkend en zonder haar zou deze erkenning niet tot stand zijn gekomen.

Vervolgens zegt de voorzitter dat hij het jammer vindt dat het epilepsieonderzoek aan de Utrechtse Universiteit nog niet zover is gevorderd als het bestuur had gehoopt. Wel houden de fokadviseurs al rekening met de bekende gegevens als er sprake kan zijn van erfelijke overerving. Hij meent dat het belang van de fokadviezen hiermee worden onderstreept en het verheugt hem dat het werk van de fokadviseurs goede voortgang boekt.

Vervolgens houdt de voorzitter een gloedvol betoog over het beleid van de vereniging. We streven niet naar het fokken van speciale gebruikshonden of speciale huishonden, maar naar Drentsche Patrijshonden en dat zijn jachthonden, dat wil zeggen honden die de bouw, de aanleg maar vooral het karakter van een jachthond hebben. Dit brengt met zich mee dat de Fokbegeleidingscommissie, met name de fokadviseurs, en de gebruikshondencommissie elkaar op een speciale manier aanvullen. Er moet worden gestreefd naar honden met een bewezen jachtkarakter. Dan krijgen we een hond die geschikt is voor huis, recreatie en jachtgebruik. Met een variant op de titel van een bekend boek van Rien Poortvliet: de Drent een jachthond, niet alleen voor jagers.

Een jaar later zou het bestuur nieuw geformuleerde foknormen presenteren waarmee honden zouden worden uitgesloten van de fokkerij om erfelijke gebreken tegen te gaan. Aan een beleid om de Drent als jachthond te behouden kwam men nog niet toe.

Aftredend als bestuurslid waren mw. Stroink en de heer Booij. Mw. Stroink stelde zich herkiesbaar en werd herbenoemd bij acclamatie. De heer Booij stelde zich niet herkiesbaar. Het bestuur stelde de heer A.H. van der Snee kandidaat en er was door de leden een kandidaat gesteld als opvolger van de heer Booij. Na schriftelijke stemming bleek de heer van der Snee met grote meerderheid gekozen.

Punt 10 op de agenda: de Fokbegeleidingscommissie. De heer Schuiling merkt op nog geen publicatie in ‘Onze Drent’ te hebben gezien van de verslagen van de Fokdag van 1985. Mej. van Nuffelen zegt dat zij gezien de kosten van een publicatie (± fl. 2000,-) en de omvang van het verslag nog niet tot plaatsing in ‘Onze Drent’ is overgegaan. Ter vergadering blijkt de belangstelling voor de verslagen groot en mej. van Nuffelen zegt toe voor publicatie zorg te dragen.

De heer Kraay deelt mee dat de heer A.J. Booij vanaf heden geen deel meer uitmaakt van het bestuur, de Fokbegeleidingscommissie en de fokadviseurs. De heer van der Snee is bereid zitting te nemen in de FBC en om de taak van fokadviseur op zich te nemen, hetgeen door de andere twee fokadviseurs geheel werd onderschreven. De heren Schuiling en van Arkel vragen de heer Booij lid te blijven van de FBC, maar de voorzitter verklaart dat hij dat niet mogelijk acht.

Punt 12 op de agenda: Erelidmaatschap. Het bestuur draagt 3 personen voor als erelid. Als eerste mw. M.M. Schipper-Bartels vanwege het vele werk dat zij gedurende vele jaren voor de vereniging heeft verricht. De heer F.J. Baron van Hoogendorp wordt voorgedragen omdat hij, zeker in de tijd dat ons ras nog heel klein was, veel reclame heeft gemaakt voor de Drentsche Patrijshond. De heer A.J. Booij wordt ook voorgedragen als erelid. De heer Kraay constateert dat we ons de de vereniging haast niet kunnen voorstellen zonder de heer Booij. De heer Booij heeft vele goede zaken voor het ras gedaan en is nog bezig met het up-to-date brengen van de beschrijving van de geschiedenis van de vereniging in het Jubileumboek. Daarom stelt de heer Kraay voor om de heer Booij te benoemen tot officieel ‘historicus van de vereniging’. De ledenvergadering stemt daar mee in en de heer Booij aanvaardt de benoeming. De leden gaan akkoord met de voorstellen om de drie genoemde personen tot erelid te benoemen.

Tijdens de rondvraag vraagt de heer Koster of een zittend bestuurslid ook erelid kan worden. Deze vraag wordt positief beantwoord. De heer Koster draagt mej. van Nuffelen voor omdat naar zijn mening haar verdiensten voor de vereniging zeker uitzonderlijk kunnen worden genoemd. De heer Kraay juicht deze voordracht bijzonder toe en ook de ledenvergadering verklaart zich hiermee unaniem akkoord middels een spontaan applaus. Zo kreeg de vereniging er op één dag vier ereleden bij.

Bron: Boek 'De Drentsche Patrijshond' (A.J. Booij en A.H. van der Snee) , bladzijde 286